Instro-Rock
Classics
Instrumentale Rock Klassiekers
SLEEP
WALK
Santo Farina - Johnny Farina - Ann
Farina (1959)
lyrics: Don Wolf (1959)
Santo Farina en de lap-steel gitaar Santo (24-10-1937) en Johnny (30-04-1941) Farina zijn twee in Brooklyn, New
York geboren jongens van Italiaanse afkomst. Vader Anthony Farina () zat tijdens de
oorlogsjaren en tot medio 1946 in het leger. Tijdens die periode overzee was hij
luisterend naar de radio onder de indruk geraakt van het bijzondere geluid van de steel
gitaar. Thuisgekomen keek hij samen met zijn 9-jarige zoon Santo eens naar een TV-show
Hometown Frolics, waarin een Hawaiiaanse gitaarspeler optrad. Santo was er
helemaal weg van en mede door de aanmoedigingen van zijn vader kreeg bij niet lang daarna
steelgitaar lessen van een Italiaanse muziekleraar in een muziekwinkel op een aangepaste
goedkope accoustische gitaar, die dienst deed als een lap-steel gitaar. Later kreeg hij
ook lessen van Fred Phillips, die de kunst van het bespelen in Hawaii had geleerd.
Mike Dee
& The Mello Tones In 1954 was Santo in het bezit van een Gibson 6-snarige lap steel gitaar en begon
hij samen met zijn oom Mike Dee (broer van hun moeder) op drums en een gitarist op te
treden tijdens dansavondjes op scholen. Johnny Farina kreeg ondertussen gitaarlessen van
zijn oudere broer Santo om hem op electrische gitaar te begeleiden. Omstreeks 1957 werd
Johnny de nieuwe gitarist van het trio. Ze traden als Mike Dee & The Mello Tones op
van Brooklyn tot Long Islands, en waren met name vaak te vinden in The Amber Inn op Long
Islands.
Santo had van de
verdiensten hiermee een Fender Dual 8 Professional aangeschaft. Een dubbelhals steel
gitaar met ieder 8 snaren. Hij experimenteerde net zolang met de extra 2 snaren, totdat
hij de juiste stemming naar zijn smaak had gevonden.
Softly As
In The Morning Sunrise -> Deep Sleep -> Sleep Walk Vader Farina had een Webcor bandrecorder gekocht en daarmee werden een aantal
demo opnamen gemaakt. In 1958 namen ze een eigen instrumentaal nummer op, wat ze
Deep Sleep noemden. Het was losjes geďnspireerd op de song
Softly, As In The Morning Sunrise (Sigmund Romberg). Met dezelfde
akkoordenprogressie, maar een veel eenvoudigere melodielijn.
Sigmund Romberg (1887-1951) werd in
Hongarije geboren. Hij studeerde in Wenen en was sterk beďnvloed door de operette stijl
van componist Franz Lehár. Sedert 1909 woonde hij in de USA. In 1914 schreef hij de
muziek voor zijn eerste revue The Whirl of the World in opdracht van de
Shubert Brothers, de legendarische Joodse Broadway producers. Zijn bewerking van
melodieën van Franz Schubert voor de operette Blossom Time (1921) waren zeer
succesvol en daarna volgden zijn meest bekende werken. The Student Prince
(1924), The Desert Song (1926) en The New Moon (1928), waren
allemaal in dezelfde stijl als de Weense operettes van Franz Lehár.
De song
Softly, As In The Morning Sunrise was afkomstig uit de succesvolle Broadway
operette "The New Moon" met tekst van Oscar Hamerstein II. Een 78-toeren plaat
van Nat Shilkret & The Victor Orchestra (Victor) was erg populair in 1929. De operette
The New Moon werd in 1931 en 1940 door MGM verfilmd en Nelson Eddy zong
Softly, As In The Morning Sunrise in de filmuitvoering van 1940. Daarvoor was
er in 1938 nog een belangrijke uitvoering op de markt gebracht door het orkest van Artie
Shaw (Bluebird). Het nummer werd door de jaren heen steeds meer standaardrepertoire voor
jazz combos. In 1955 werd een opmerkelijke versie van Softly, As In The
Morning Sunrise uitgebracht van het Modern Jazz Quartet op Prestige Records,
waarvan jazz critici in lovende bewoordingen schreven dat het een fusie was tussen Bach en
Bebop.
Met de demo van
Deep Sleep gingen de Farina broers langs diverse platenlabels, maar kregen
overal nul op rekest. Uiteindelijk kwamen ze in contact met muziekuitgeverij Trinity Music
van Joe Csida in Manhattan. Trinity Music was o.a al bekend geworden met het management
voor Eddy Arnold en Bobby Darin. De nieuwe mededirekteur Ed Burton bood hun een contract
aan voor de publicatierechten van hun muziek, werd hun manager en regelde een
platenovereenkomst met het nieuwe label Canadian-American Records.
Mike Dee & The
Mello Tones werden omgedoopt tot Santo & Johnny. Hun oom Mike Dee verdween uit
beeld, want 2 frisse knappe jongens promoten was publicitair heel wat
aantrekkelijker. De demo Deep Sleep werd Sleep Walk en in april
1959 uitgebracht. In augustus 1959 stond Sleep Walk op de 1e plaats van de
Amerikaanse Top 100.
Als componisten
stonden Santo, Johnny en Ann Farina op het label vermeld. Jarenlang werd aangenomen dat
Ann Farina hun zus was. Toen ze verklaarden geen zuster te hebben werd gedacht aan hun
moeder, maar Ann Farina is de vrouw van Santo. Wat haar werkelijke bijdrage aan
Sleep Walken 38 andere composities van Santo & Johnny geweest is blijft
tot op de dag van vandaag onduidelijk.
Overigens is
vrijwel gelijktijdig een vokale versie van Sleep Walk op Canadian-American
Records uitgebracht van zangeres Betsy Brye (alias Bette Anne Steele) op tekst van Don
Wolf. Is hier te beluisteren met
Real Player. In 1965 nemen ook The Supremes een uitvoering op voor Motown. De opname
blijft echter tot 1986 op de plank liggen en verschijnt voor het eerst op hun dubbel LP
25th. Anniversary
Betsy Brye (alias Bette Anne Steelel)
Dors Mon Amour van André Claveau Met Dors Mon Amour won André Claveau in 1958 het 3e
Eurovisie Songfestival in Hilversum. Overigens is het bekendste lied van het songfestival
van 1958 niet de winnaar, maar het Italiaanse "Nel Blu Dipinto Di Blu" (Blauw
Geverfd Op Blauw) van Domenico Modugno (3e plaats), dat een wereldwijde hit
werd onder de titel "Volare".
Dors Mon
Amour was een compositie van Hubert Giraud met tekst van Pierre Delanoë. Eerder
werd opgemerkt in het boek 'The Originals' van Arnold Rypens dat Sleep Walk
duidelijk het thema en melodische elementen heeft overgenomen van Dors Mon
Amour. Echter het bleef moeilijk verklaarbaar hoe zon betrekkelijk onbekende
Franse plaat in 1958 in handen van de broertjes Farina in New York terecht zou zijn
gekomen. Waarom is componist Hubert Giraud nooit een proces begonnen tegen de Farina's
wegens plagiaat? De verklarig is simpel: Dors Mon Amour is ook geschreven met
de melodie van Softly, As In The Morning Sunrise in het achterhoofd!
Amerikaanse covers van Sleep Walk Sleep Walk was de
eerste rock instrumental waarbij een steelgitaar als prominent soloinstrument werd
gebruikt. De steelgitaar hoorde je tot dan toe alleen op Hawaiian en Western Swing platen.
De melodie sloeg wereldwijd aan, maar werd meestal nagespeeld op een electrische gitaar,
waarbij er flink van de vibratohendel gebruik werd gemaakt om het specifieke geluid van de
steelgitaar na te bootsen.
In Amerika beet Chet Atkins de spits af met een perfecte
gitaar uitvoering op zijn album Teensville (RCA Victor) uit 1960.
Sleep Walk was ook te vinden op de debuut LP Walk Don't Run
(Dolton) van The Ventures. De uitvoering van het orkest van Rene Henri op hun LP
Swingin' 59 (Imperial 1960) bewees tevens dat het nummer niet alleen door een
jong publiek werd gewaardeerd. Het bleek een tijdloos nummer te zijn. In 1963 werd het
opgepikt door surf groepen als The Chantays en The Lively ones. Dankzij uitvoeringen van
gitaristen als Leo Kottke (1981) en Larry Carlton (1982) kwam Sleep Walk
opnieuw onder de aandacht van een jongere generatie. De meeslepende covers van Brian
Setzer met The Stray Cats (1992) en later met het Brian Setzer Orchestra (1998) brachten
Sleep Walk weer helemaal terug naar de top. Begin 1999 kreeg Brian Setzer
zelfs een Grammy Award voor zijn vertolking.
Brian Setzer Orchestra
LP The Shadows 1961 De pure gitaar uitvoering van The Shadows, die te vinden was op hun 1e LP
'The Shadows' (september 1961), maakte ook veel indruk. Sleep Walk klonk
fantastisch via de echobox en het perfecte gebruik van het vibratopookje door Hank Marvin.
In maart 1961 was er reeds een live opname opgenomen van Sleep Walk in het
Colosseum in Johannesburg, tijdens hun succesvolle trip door Zuid Afrika. De EP hiervan
bleef tot ver in de 70-er jaren een onbetaalbare collector's item.
In Engeland waren
in 1959 al 3 covers op de markt gebracht. De beste was van het studio-orkest van Dennis
Newey, voor de gelegenheid omgedoopt tot The Sleepwalkers. De uitvoering van het orkest
van Johnny Howard, verscheen onder de naam van Johnny's Boys. Tenslotte was er nog eentje
van Bud Ashton op het legendarische coverlabel Embassy van het Woolworths
warenhuisconcern.
Sleep Walk in Nederland De allereerste cover werd pas in 1977 uitgebracht. Het was een opname van de
gitaargroep Dance-On uit Leimuiden en was tevens de eerste studio produktie van het DSR
label. The Tielman Brothers hebben Sleep Walk in ieder geval in de
periode 1960-1962 live gespeeld. Er is een bandopname bekend uit 1961 waarbij ze nog op
Gibson gitaren spelen. Ook René & The Alligators hadden Sleep Walk op hun
repertoirelijst staan sedert eind 1961. De gitaargroep FBI met sologitarist Roy
Soerioroseno en bassist Hoss van Hardeveld maakten 2 uitstekende covers in 1982 en 1984.
Een bijzonder effectvolle 'bottleneck' gitaaruitvoering werd door Blue Explosion in 1998
gemaakt als een lang instrumentaal slot aan de song The End
Een aantal favoriete Sleep Walk uitvoeringen Eerst en vooral is er de opname van The G-Men uit Zuid Afrika. Het was de
begeleidingsband van Johnny Kongos. Hun typische sound, een mix van de Engelse gitaarstijl
met Zuid Afrikaanse invloeden, is heel apart en vooral opwindend.
Een zeer volle
klank met een stevige 60's beatsound is het kenmerk van de single van The Somebodies uit
Duitsland. Tot slot noem ik nog de opname van The Rocking Ghosts uit 1965. Alle opnamen
van deze Deense topgroep hebben een zeer eigen kenmerkende stijl en ook hun Sleep
Walk blijft altijd nog boeien van begin tot eind.